De Kanariekweek door Jos Dingenen en Martin Bollen

terug►

Waarop letten voor de kweek?

- De vogels moeten ongeveer 10 maanden oud zijn.

- T.T. vogels die in de rui zijn goed laten uitruien.

- De vogels moeten gezond zijn.

- Enkele kuren komen zeker van pas

    1. Sedochol: - Ongeveer 1 maand voor de kweek  
                          2 koffielepels of 10ml.  per liter water
                          
gedurende 5 dagen, dagelijks verversen. 
                          Dit dient om de lever te ontvetten 
                          en bevordert de bevruchting

    2. Baycox:    - Ongeveer 2 weken voor de kweek
                           behandeling tegen coccidiosen.
  
                           Dosering: 60 druppels of 2 ml.
                           op 1 liter water gedurende 2 dagen

                           dagelijks verversen.

     3. In plaats van Baycox  kun je ook een kuur doen met
                          ESB3  
als volgt:
                        - 5 dagen 2gr. per liter water

                        - 2 dagen zuiver water   
                        - 5 dagen 1gr. per liter.
 
Dit doe je best een maand voor de kweek.

Bij het toedienen van  geneesmiddelen en vitaminen 
steeds bronwater uit de flessen gebruiken.

LET OP: vanaf juli 2011 medicijnen voor diergeneeskunde niet meer vrij
           te verkrijgen in de apotheek, neem contact op met je club.

 

Wanneer beginnen?

 

De geschikte tijd is begin maart, zodat de vogels voldoende kunnen rusten.
Begint men vroeger dan hebben de vogels niet de nodige rust,
dit is ongeveer 14 uur per dag.


Het aantal lichturen langzaam opdrijven.

Daarmee word bedoeld ongeveer 1 uur per week
zodat men ongeveer aan 15 uur lichturen komt. (schakelklok gebruiken).
Sommigen brengen het licht in een keer naar 15 uren.
Een nachtlamp mag zeker niet ontbreken ( ongeveer 5 watt),
deze moet tijdens de kweek de ganse nacht branden.

Het toedienen van eivoer langzaam opdrijven (2 à 3 maal per week).
Tarwekiemolie en vitaminen onder het eivoer mengen.
(Tarwekiemolie enkel voor de kweek en zeker doseren, overdosis tast de lever aan.)

Natuurlijke vitaminen geven zoals:
witloof, sinaasappel, appel, gekookte aardappelen,

wortel en komkommer het ganse jaar door.

Sepia en grit mogen zeker niet ontbreken ook het ganse jaar door.

Rode kanaries moet men voor ze eieren leggen kleurstof bijvoeren.
Als men vogels wilt kweken voor de TT met goed doorgekleurde
vleugel en staartpennen, 
moet men beginnen met vogels
die een volledige diepe rode factor bij zich dragen, 

kleurstof geven in het eivoer als ze nest beginnen te maken, 
zo wordt de kleurstof opgenomen in de eieren. 
Als we met Bogena intensief opvoeren moeten we  25 gr
op 1 kg eivoer geven,
 in water 12 gr.
Bogena intensief gemengd met cantaxatine 500 gr bogena
en 100 gr cantaxatine,
 van dit mengsel mag men 12 gr op 1 kg geven

Voor roodmozaïek kanaries mogen we de eerste 6 weken
geen kleurstof toedienen, geen kiemzaad en zeker geen wortelen.
Dit alles om de staart en vleugelpennen zo wit mogellijk te behouden.

Eivoer gebruiken dat in de handel verkrijgbaar is voor
mozaïek kanaries, 
na 6 weken eivoer geven zoals de rode kanaries.

De mannen ongeveer 2 weken vroeger in de kweekkooi plaatsen.
Deze geeft men best meer licht en warmte dan de poppen.

De temperatuur in de kweekruimte moet ongeveer 15° bedragen.
Te warm geeft meer kans op bloedluizen en ander ongedierte.
Een Vaponastrip kan hier veel ongemakken voorkomen.

Het vochtgehalte mag men zeker niet uit het oog verliezen.
Het moet zeker 60 à 70% bedragen.

Er moet voldoende lucht (zuurstof) in de kweekruimte aanwezig zijn.
Hiervoor kan men best een venster op een kier zetten.

 

Kooien ontsmetten

 

Hiervoor bestaan verschillende producten in de handel (javel, dettol, …).
Kieren en spleten goed afkitten met silicone zodat de kans op
ongedierte zo klein mogelijk blijft.

De zitstokken moeten goed vast zitten en toch gemakkelijk
uitneembaar om ze te reinigen.
De zitstokken moeten ongeveer 14 mm diameter hebben.

De kweekkooien en kweekruimte volledig inspuiten tegen ongedierte (Baygon)
waarna we deze ruimte 1 dag volledig afsluiten.
Daarna moet het hok wel goed verlucht worden voor we
de vogels er terug in plaatsen.

 

Broedmethode

 

Er zijn verschillende manieren, v.b:
- 1 man + 3 poppen in een volière,
   hier moet men wel vo
ldoende nestgelegenheid geven, 
   per koppel in een broedkooi met minimum afmetingen
   40 cm x 40 cm x 40 cm,
-
 de meeste gebruikte methode is één man gebruiken
   tegen 2 à 3 poppen in aparte kweekkooien.
   Dit is de beste manier voor stammenkweek.

   Nagels knippen en open ringen verwijderen zodat de eieren
   niet beschadigd worden tijdens de broedperiode.

   Schubben op de poten verwijderen met olie of vaseline.
   Dit enkele dagen na elkaar herhalen, zo kan men ze
   gemakkelijk verwijderen.


   Bek bijknippen zodat ze de jongen niet beschadigen
   in de keelholte tijdens het voeren.


   Veertjes aan de cloaca afknippen zodat de bevruchting

   beter kan plaats vinden.

   Men kan ze ook uittrekken maar dan zijn ze de tweede ronde
   weer terug gegroeid.

Koppelen

Intensief x niet intensief of omgekeerd.

De intensieve poppen boven in de kweekbak zetten omwille van de temperatuur.
Want de warmte blijft boven hangen.

Bij het koppelen moet men zeker met de vorm en de houding rekening houden,
wat de één teveel heeft moet de andere in mindere mate hebben.

Nestmateriaal

Hiervoor wordt meestal wit nestmateriaal gebruikt,
dit is in de handel verkrijgbaar. Het nestmateriaal
moet in stukjes van circa 3 cm worden geknipt, 
lange stukken geven aanleiding tot ongelukken.
Zodra het nest door de pop is gevormd ,
deze vastmaken (naaien) aan het korfje en tegelijkertijd
behandelen tegen ongedierte (bv. met “Ardap”,…).

 

Legnood

Wat te doen?

Men kan best wat vaseline of slaolie aan de cloaca
doen en zeker verwarmen.

 

Eieren

Eieren rapen. Het eerste lichtuur de vogels zeker niet storen,
daarna mag men het gelegde ei wegnemen en een kunstei in het nest leggen.
De weggenomen eitjes dienen we te bewaren in een eierdoos met op ieder vakje
het nummer van de kooi waaruit de eieren vandaan komen.
Goed opletten om vergissing te voorkomen.
De opgeslagen eieren moeten we iedere dag keren.
Bij het vierde ei leggen we ze terug in het nest

Als de eitjes 5 dagen zijn bebroed kan men reeds zien of ze bevrucht zijn of niet.
We houden een eitje voor een lamp of een lichtbron, is het ei nog doorzichtig
en ziet men de dooier bewegen, dan is het beslist onbevrucht.

Voorzichtigheid is echter geboden, soms is het toch beter ze nog even laten te
bebroeden, er zijn altijd uitzonderingen op de regel.

De man wegnemen indien hij de pop niet met rust laat tijdens het broeden.
Na circa 13 dagen te zijn bebroed, zullen de eitjes uitkomen,
daarna dient men dagelijks controle te doen.

Eivoer moet aanwezig zijn na het uitkomen van de jongen.
Zeker 3 x per dag vers eivoer verstrekken.

Na 5 à 6 dagen moeten de meeste vogels geringd worden met ringmaat 2.9.
Soms worden de jonge vogels na het ringen door de ouders uit het nest gegooid.
Het beste middel hier tegen is de ring met een vleeskleurige tape omkleven
en hierbij nog wat snippers van aluminium folie in het nest strooien.

Het zelfstandig worden van de jongen

Als de jongen ongeveer 16 dagen oud zijn,
zullen ze zich al op de rand van het nest vertonen.

Dit is het tijdstip dat de pop aan een nieuw broedsel wil beginnen.
Men moet dus zorgen voor een tweede nestgelegenheid en voldoende
nestmateriaal om het verenplukken te voorkomen.

De laatste jaren neem ik het nest weg en zet het op de bodem van de kweekbak
in een pvc buis van ongeveer 10 cm hoog. Dan plaats ik de jongen als ze ongeveer
16 dagen zijn in een baby kooi die hang ik aan de buiten kant aan het front, 

om het veder plukken te voor komen

Indien de man is weggenomen moet deze teruggeplaatst worden.
Wat we ook al gedaan hebben is de jongen van verschillende nesten
( 4 a 5 poppen) in een duiven schaal 
leggen en deze in een kweekbak
van 80 x 40 cm plaatsen. Als de jongen beginnen rond te kruipen

plaatst men er een scheiding  (front)  tussen.
Zo kun je enkele poppen vroeger laten  beginnen.

De jongen zijn zelfstandig als de staart ongeveer volgroeid is ( ongeveer 30 dagen).
Iedere dag evoer geven tot de rui voorbij is.

Tot zover enkele toelichtingen in verband met de kanariekweek.
Hopelijk kan het iets, zij het in mindere of meerdere mate,
bijdragen tot het welslagen van de kweek.
 

Veel succes!

Dingenen Jos                     Bollen Martin

TERUG